Logo oegstgeestercourant.nl
Foto:

Terugblik op ophef in landelijke media na CDA-motie statushouders

  Politiek

De Oegstgeester gemeenteraad sprak zich op donderdag 29 april positief uit over de tijdelijke huisvesting van statushouders en ‘spoedzoekers’ in de gebouwen achter het gemeentehuis. Het debat hierover haalde afgelopen week de landelijke media, en een CDA-motie over verkeersafwikkeling (met name een voorgestelde looproute richting De Kempenaerstraat om het Wilhelminapark heen) speelde daarin de hoofdrol. De Oegstgeester Courant sprak met CDA-fractievoorzitter Eibertjan van Blitterswijk, die in het oog van de storm stond.

Hoe kijk je terug op afgelopen week?

“Het was al met al een bewogen en toch ook trieste week. Als je leest hoe er over ons dorp, over het Wilhelminapark én over statushouders en spoedzoekers is geschreven, dan vind ik dat heel verdrietig. Het doet geen recht aan de manier waarop we met elkaar, in het dorp en in de lokale politiek, hebben gediscussieerd over hoe we mensen die dat nodig hebben op een goede manier kunnen helpen. Ook het CDA en mij persoonlijk heeft het geraakt. Het doet een mens ook machteloos voelen eerlijk gezegd, en dat is nooit fijn; tegen de dynamiek die op zo’n moment ontstaat is geen kruid gewassen.”



Hoe kijk je terug op het indienen van de motie?
“Als CDA hebben we met oprechte intenties de veelbesproken motie over een goede verkeersafwikkeling ingediend. Wij willen statushouders en spoedzoekers vanuit de elementaire verantwoordelijkheid die wij hiervoor voelen met overtuiging een dak boven het hoofd bieden en helpen een toekomst op te bouwen in ons dorp en de regio. Tegelijk snappen we heel goed dat inwoners zich bij een grote ruimtelijke ontwikkeling, welke dan ook, op die plek zorgen maken over een forse verkeerstoename in een rustige omgeving, ongeacht welke groep mensen er tijdelijk komt te wonen en voor die extra bewegingen zorgt.

Voor de goede orde: als CDA-fractie hebben we nooit gepleit voor een gebiedsverbod, een omloopgebod, het weren van groepen mensen uit een woonwijk, of wat dies meer zij. Dat zou terecht ridicuul en verwerpelijk zijn geweest. In essentie is de suggestie die we gedaan hebben, dat de huismeesters die straks verantwoordelijk worden voor de centrale woonvorm, hun bewoners trachten te stimuleren om de bewegingen wat te spreiden rondom het kleine wijkje. Niet minder, maar zeker niet meer.

Desondanks werd een afschuwelijk beeld opgeworpen van ongelijke behandeling op basis van ras. Ik heb me daar in het debat direct fel tegen uitgesproken, uitgelegd dat het ons om goed omgaan met verkeer gaat als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling en het deel van de motie dat kennelijk bij sommigen dat beeld opriep direct geschrapt. Een regionale krant publiceerde vervolgens een naar mijn mening suggestief en ongenuanceerd artikel naar aanleiding van het debat, waarin dit tegengeluid volstrekt ontbrak. Vervolgens gingen social media er met de snelheid van het licht mee aan de haal gingen en ontstond de mediastorm.”

Zou je, dit wetende, de motie opnieuw indienen?
“De motie hebben wij oprecht en met de beste bedoelingen ingediend en behelsde in de verste verte niet wat er later her en der van gemaakt is. Het CDA wil statushouders en spoedzoekers helpen én heeft rondom ruimtelijke ontwikkeling altijd oog voor de omgeving. Dat gezegd hebbende, ik las ergens de kwalificatie `onhandig`, en daar kan ik me wel in vinden. Als je zou weten dat deze tumult over het dorp uitgestort zou worden, dan zou ik uiteraard niet precies hetzelfde hebben gedaan en nog drie keer extra naar de juiste woorden hebben gezocht. Het betreurenswaardige beeld dat rond is gaan zingen verdient ons dorp niet, verdient de wijk niet en verdienen de statushouders en spoedzoekers niet.”

Het CDA werkt lokaal samen met de ChristenUnie. Het regionale bestuur van de CU heeft zich gedistantieerd van de motie en de ophef. Hoe gaat het nu met de samenwerking?

“Lokaal werken we al ruim zeven jaar goed samen, ondanks dat we twee verschillende partijen zijn. Samenwerken betekent soms ook dat je elkaar de ruimte moet laten. Ik heb er begrip voor dat men de noodzaak en urgentie voelde om met een duidelijk statement te komen.”

Heeft de commotie effect op de samenwerking binnen de gemeenteraad?

“Inmiddels heb ik met veel collega-raadsleden goed contact gehad. Ik waardeer de interesse die men ook op persoonlijk vlak getoond heeft en ben ervan overtuigd dat niet getwijfeld wordt aan onze bedoelingen en dat niemand deze tumult voor het dorp gewild heeft. We hebben een aantal drukke vergadermaanden voor de boeg met een hoop voor het dorp belangrijke onderwerpen op de agenda. We staan samen onverminderd paraat om te werken aan een dorp waar het over tien, twintig jaar net zo fijn wonen is als vandaag.”

Meer berichten