Robert en Clara Schumann, lithografie uit 1847.
Robert en Clara Schumann, lithografie uit 1847.

Het pianisten-componisten echtpaar Schumann-Wieck

Algemeen

De Zondagmatinee in De Paulus van 18 oktober om 16.00 uur omvat werken van Robert Schumann en Clara Schumann, alsook twee van Ton de Leeuw, een van Nederlands grootste componisten die volgende maand 100 jaar zou zijn geworden. Een kwartet (viool, altviool, cello en piano) uit het voortreffelijke New European Ensemble vertolkt deze.

Robert Schumann geldt als een van de belangrijkste componisten uit de Romantiek. “Zonder Schumann géén Mahler!”, resp. 1810–1856 en 1860–1911: ongebreidelde fantasie, verhaalkracht groots en meeslepend alsook aangrijpend poëtisch. Het neemt niet weg dat hij gedurende zijn leven lang niet zo bekend werd als Clara Wieck, sinds haar huwelijk met hem in 1830 Clara Schumann (1819–1896). Zij groeide uit tot de grootste pianist van de negentiende eeuw, vader Friederich Wieck was haar extreem ambitieuze leraar – zij was zijn product, zijn eigendom. Robert, negen jaar ouder dan zij, had ook les van Wieck, sterker nog: met een toelage uit de erfenis van zijn vader – boekhandelaar en uitgever te Zwikau – huurde hij bij Wieck thuis twee kamers, wat voor muziekstudenten niet ongewoon was.

Robert hoorde Clara voor het eerst op een soirée. Zij was tien jaar oud en ook hij geraakte dadelijk diep onder de indruk van haar muzikaliteit en pianistiek. Dan 19 jaar en zelf een hoogbegaafde pianist is hij evengoed een begaafde schrijver. In zijn vroege tienerjaren al zeer belezen – kind aan huis in de grote Europese literatuur –, wilde hij eerst romanschrijver worden. Moest hij van zijn moeder rechten studeren, wat hij in Heidelberg nauwelijks deed, was het toch Clara’s nobele spel dat hem ertoe bewoog bij haar vader in de leer ta gaan, in Leipzig.

Geen wonder dat Clara en Robert dagelijks met elkaar optrekken, samen spelen. Ze zijn elkaars evenknie, onafscheidelijk wisselen ze ideeën, spelletjes, raadsels en grappen uit, in hun composities verwijzen ze naar elkaar. Een huwelijk is onontkoombaar en vader Wieck is natuurlijk woest omdat zijn dochter hem na 21 jaar toch weet te ontglippen.

Nagenoeg al zijn pianowerken schreef uitermate vruchtbare componist Robert Schumann met Clara voor ogen en zij speelde daarvan haast alle eerste uitvoeringen, ze kregen vijf kinderen. Schumanns bijdragen aan het door hemzelf opgerichte en uitgegeven ‘Neue Zeitschrift für Musik’ zijn stuk voor stuk literaire topstukken, politiek en cultureel tot op heden relevant. Zijn kritieken worden wijd en zijd gelezen.

Intussen van Leipzig naar Düsseldorf verhuisd, bedrukken Robert ook Clara’s talrijke concertreizen door heel Europa steeds meer, voor de kinderen is oppas aan huis. Naast een niet te genezen blessure aan zijn rechterhand, kampt hij almaar meer met zijn geestelijke gezondheid. Soms gaat hij met haar mee zoals eind 1853 naar Utrecht en Den Haag – Clara is dan in verwachting van hun vijfde kind. De depressies, hallucinaties, gehoor- en spraakstoornissen grijpen hem aan, schichtig mijdt hij almaar vaker gezelschap. Hij lijkt in een parallelle wereld te leven waarin toonkunst, juist de “zielgenezende” inventies van Bach de boventoon voeren (en niet meer die occulte interventies).

Op 27 februari 1854 verlaat Robert in nachtgewaad en op pantoffels zijn huis en werpt zich van een brug in de ijskoude Rijn - om even later te worden gered. Nabij Düsseldorf wordt hij opgenomen in een kliniek voor geesteszieken. Zijn dokters verbieden Clara dadelijk haar man te bezoeken, soms komt wel eens een vriend langs en kwijnt hij er weg en overlijdt er eenzaam zo’n twee-en-een-half jaar later in de leeftijd van 46 jaar.

Robert Schumanns aftakeling is vaak toegeschreven aan de gevolgen van geslachtsziekte syfilis opgedaan in zijn studentenjaren, maar dit is hoogst onwaarschijnlijk gezien de sterke gezondheid van vrouw en kinderen. Eerder is dit toe te schrijven aan een erfelijke aandoening - zie zijn vader en oudste zus. Na Roberts dood componeerde Clara niet meer, de ‘Drei Romanzen’ voor piano en viool opus 22 uit 1853 is haar laatste werk, hier aanstaande zondag te beluisteren.

Naast nog eens veertig jaar wijd en zijd concerteren in het immens omvangrijke pianorepertoire, werpt Clara zich op als de onversaagde vertolker van Roberts fantastische oeuvre. Daaronder zijn magnifieke Pianokwartet opus 47 uit gelukkige tijden, hier zondag op het programma. Zie voor kaartjes:
muziekkamer-oegstgeest.org.

Door Lucien Knoedler

Uit de krant

Uit de krant