In het 'donker', zonder elektriciteit, werden inwoners zo goed mogelijk te woord gestaan. | Foto's Willemien Timmers
In het 'donker', zonder elektriciteit, werden inwoners zo goed mogelijk te woord gestaan. | Foto's Willemien Timmers Foto: Willemien Timmers

‘Boze’ burgers testen noodsteunpunt in Dorpscentrum Oegstgeest

Algemeen

Boze inwoners die verhaal kwamen halen en bezorgde mensen met vragen over familieleden. Het leek woensdag even echt in het Dorpscentrum. Gelukkig ging het om een oefening, en hadden alle figuranten van tevoren een kaartje met een opdracht kunnen trekken bij de ‘opvangtent’ bij de ingang. Oegstgeest testte er hoe een noodsteunpunt kan functioneren bij een langdurige stroomuitval of een andere maatschappelijke ontwrichting.

In Oegstgeest is er vooralsnog één noodsteunpunt ingepland: Dorpscentrum Oegstgeest. Dit punt mag dit jaar als pilot meedoen aan een grotere, regionale oefening.

Het scenario was op woensdag 16 september stevig: de stroom was uitgevallen en ook drinkwater was niet overal beschikbaar. Ook zou er sprake zijn van een overstroming. Figuranten, al dan niet boos of geagiteerd, speelden inwoners die met uiteenlopende vragen en problemen naar het Dorpscentrum kwamen. “Wordt het nu een keer duidelijk wat er allemaal aan de hand is?!!”

Een noodsteunpunt moet in zo’n situatie een plek zijn waar inwoners betrouwbare informatie kunnen krijgen en noodmeldingen kunnen doen. Ook de 112-meldingen dus. Aan de mensen achter de balie de taak om uit te vinden of een ongeluk echt een ambulance vraagt.

Hulpvragen en hulpaanbod worden, door het heen en weer brengen van papieren verzoeken, bij elkaar worden gebracht. Volgens burgemeester Emile Jaensch is informatie in een noodsituatie een eerste levensbehoefte. Inwoners willen vooral weten wat er aan de hand is, hoelang de situatie gaat duren en hoe het met hun naasten gaat.

Mobiele informatiepunten

Aan de oefening deden onder anderen inwoners, medewerkers van het Rode Kruis, veteranen, EHBO’ers, ambtenaren en medewerkers van de Veiligheidsregio Hollands Midden mee. Ook burgemeester Carla Breuer van Zoeterwoude kwam kijken om ervaringen mee terug te nemen naar haar eigen gemeente.

Een opvallend onderdeel was de inzet van campers als mobiele informatiepunten. Het initiatief daarvoor kwam van inwoners zelf. De campers beschikken over een eigen stroomvoorziening en kunnen naar verschillende plekken in het dorp worden gestuurd. Omdat internet en telefoonverkeer in het scenario niet beschikbaar waren, werd (fictief) informatie op papier per fiets tussen het Dorpscentrum en de mobiele punten gebracht. Mooi voordeel van de campers is bovendien dat ze verontruste inwoners van koffie kunnen voorzien, en zo wat kalmte en rust kunnen brengen.

Jaensch ziet mogelijkheden in die aanpak. Het Dorpscentrum zou bij een calamiteit als centrale plek kunnen functioneren, met verspreid door Oegstgeest kleinere locaties en mobiele informatiepunten.

Leren van fouten

Ook bleek hoe belangrijk de eerste opvang van inwoners is. Medewerkers moeten snel kunnen beoordelen of iemand alleen informatie zoekt of dat sprake is van een urgente noodmelding. Bij grote drukte kan daarnaast behoefte ontstaan aan mensen bij het noodsteunpunt die toezicht houden en de orde bewaren.

Volgens Joop Verdonk, voorzitter van het Dorpscentrum, was er tijdens de oefening bewust ruimte om fouten te maken. Juist daarvan kan worden geleerd. Projectleider Roos Wilhelm van de gemeente onderschrijft dat. De oefening moest duidelijk maken waar de knelpunten zitten en hoe samenwerking met burgerinitiatieven kan worden georganiseerd.

Het Dorpscentrum lijkt volgens burgemeester Emile Jaensch een logische plek voor zo’n voorziening. Er komen al verenigingen, veteranen en bezoekers van koffieochtenden samen. “Hier is al een structuur.”

De oefening krijgt een vervolg. Daarbij wil Jaensch ook aandacht besteden aan inwoners die bij langdurige uitval minder zelfredzaam zijn, bijvoorbeeld mensen die door een uitgevallen lift hun woning niet kunnen verlaten.

Dat de burgemeester tijdens een echte noodsituatie niet overal zelf nodig is, ziet Jaensch juist als positief. Zoals hij na afloop concludeerde: bij een crisis zijn het in eerste instantie vooral betrokken inwoners die elkaar helpen. “Mooi om te zien dat de burgemeester vandaag overbodig was.”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding

Uit de krant

Uit de krant