
Politieke bespiegelingen • AAP, NOOT en MIES
AlgemeenOnlangs verscheen het zogenaamde PISA onderzoek. In veertien Europese landen wordt om de drie jaar onderzocht hoe het staat met de leesvaardigheid van 15-jarigen. Deze blijkt weer verder achteruit gegaan. Bijna vier op de tien Nederlandse 15-jarigen lopen het risico om laaggeletterd de school te verlaten.
Dat ligt bepaald niet aan de beschikbaarheid van boeken. Daarvan hebben we er eerder te veel dan te weinig. Omdat we het zonde vinden om ze weg te gooien proberen we ze te verkopen op de jaarmarkt of stallen we ze in onze toch al overvolle boekenkasten, bij de Soek, bij Albert Heijn of in minibiebjes. Ja, ook kinderboeken.
Begin oktober is er weer de Kinderboekenweek. Uitgeverijen zullen niet nalaten om opnieuw een vloed van nieuwe kinderboeken op de markt te brengen.
Hoe komt het dan toch dat het met die leesvaardigheid niet goed gaat? Veel wordt toegeschreven aan het veelvuldig gebruik van smartphones. En dan vooral het gegeven dat op sociale media en met whatsapp kan worden volstaan met hele korte tekstjes: ’kort en snappy‘. Het leidt bovendien de aandacht af van heel veel andere dingen, maar zeker ook van geconcentreerd een boek lezen.
Hoe het nu precies met de leesvaardigheid van jongeren in Oegstgeest ligt, is moeilijk te achterhalen. Maar een snelle rondgang langs een basisschool, een boekwinkel en de bibliotheek, op de fiets, maar ook op internet leerde mij dat het bij ons nog wel lijkt mee te vallen.
De bibliotheek en ook de boekwinkels worden door kinderen druk bezocht. De onderwijsresultaten van onze scholen zijn volgens ‘Scholen op de kaart.nl’ bovengemiddeld.
Maar toch. Wie denkt dat dit te maken heeft met de relatief meer welgestelde samenstelling van de bevolking in Oegstgeest, moet bedenken dat het PISA-onderzoek aangeeft dat juist de scores van sociaal bevoorrechte kinderen het hardst dalen. Gemiddeld genomen zal juist bij hen het bezit van een smartphone al op jongere leeftijd ‘normaal’ zijn. Dus is het ook hier opletten geblazen.
Want goed kunnen lezen en kunnen schrijven is heel veel waard. Ook, of misschien wel juist, in dit digitale tijdperk. De ontwikkelingen van AI gaan zo snel dat het risico steeds groter wordt dat AI straks te veel en alles voor ons gaat bepalen. Goed kunnen lezen, schrijven en begrijpen blijft belangrijk om kritisch en onafhankelijk te kunnen denken, zeker bij teksten op internet of teksten die door AI gegenereerd zijn.
Volgens het jaarverslag over 2025 van de gemeente Oegstgeest kennen we hier het Taalhuis. In 2025 zag deze organisatie 94 mensen met een taalachterstand tijdens 31 spreekuren. Er waren 46 taalcafés en 21 leeskringen met 86 deelnemers. Op basisscholen werden extra leesbevorderingsactiviteiten uitgevoerd. Ook zijn schoolbibliotheken geactualiseerd, leescoördinatoren opgeleid en is de collectie anderstalige kinderboeken uitgebreid. Aan 13 anderstalige gezinnen met jonge kinderen is wekelijks voorgelezen via de VoorleesExpress.
Ik kan de impact hiervan niet zo goed inschatten, maar dit alles lijk mij tamelijk marginaal. Ik denk dat een grotere inspanning nodig is om te voorkomen dat ook in Oegstgeest de leesvaardigheid van onze kinderen steeds verder achteruit gaat. Natuurlijk moet deze vooral komen van het onderwijs en van ouders (voorlezen!). Maar ook de gemeente zou een tandje bij kunnen zetten.
Het nieuwe college van B&W onderzoekt de mogelijkheid de bibliotheek een meer prominente en duurzame plek te geven in onze gemeente. Maar dat is dan ook het enige wat hierover in het Hoofdlijnen Akkoord te vinden is.
Een akkoord dat de meesten van ons nog kunnen lezen. Te hopen is dat ook volgende generaties vaardig genoeg zijn om dat nog te kunnen.
Want alleen met Aap, Noot en Mies kom je niet veel verder.
Reageren?
Anton van Kempen
vkdw@planet.nl












