Afbeelding
Foto: Willemien Timmers

Mooie herdenkingsbijeenkomsten

Algemeen

Ook dit jaar was het druk bij alle Oegstgeester gelegenheden die het Comité Herdenken en Vieren had gecreëerd om de slachtoffers te herdenken die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië, als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna.

In Dorpscentrum Oegstgeest vond voor de vijfde maal een gezamenlijke herdenking plaats, voorafgaand aan de ceremonie in het Bos van Wijckerslooth. Muziek door het koor “Cappella pro Cantibus”

Oegstgeestenaar Pepijn Hentenaar, in het dagelijks leven irecteur van Museum Sophiahof in Den Haag, sprak voor een volle zaal over zijn Bompa, zijn overgrootvader, Jo Disse, die reserve-luitenant in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en Rode Kruis-officier was. Hij stond ‘midden in de ontwrichting van Nederlands-Indië toen in 1942 alles instortte.’

“Bij ons aan tafel zat een man die dingen had gezien en meegemaakt, die een mens eigenlijk niet hoort te zien of mee te maken. En daar vertelde hij over.” Geschiedenis laat zich niet eenvoudig afsluiten, zei Hentenaar later. “Ze werkt door. Vaak stiller dan we denken.”

Tegelijkertijd waren er ook andere verhalen. “Verhalen die als kind een zekere spanning in zich droegen. Over ontsnappingen. Over improvisatie. Over situaties waarin het kantje boord was. Als kind luisterde ik daarnaar met een grote fascinatie. Zonder te begrijpen dat die spanning niet voortkomt uit avontuur, maar uit de voortdurende nabijheid van geweld en verlies. Want wat hij had meegemaakt, begreep ik pas veel later.

In maart 1942 viel het Japanse leger de archipel binnen en capituleerde het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Disse bleef. “Niet vanuit een abstract ideaal, maar vanuit een concrete verantwoordelijkheid voor de mensen die op dat moment van hem afhankelijk waren.” Uiteindelijk kwam Disse terecht aan de Birma-spoorlijn.

Zelf diende Hentenaar in 1994 diende in Bosnië. “Oorlog manifesteert zich niet alleen in geweld, maar als erosie in de maatschappij. In het verschuiven van normen. En dan kom ik terug bij Jo Disse. Wat mij in zijn verhaal het meest treft, is de consequentie van zijn handelen. Hij bleef mensen zien als individuen...
Voor mij is zijn verhaal geen afgesloten hoofdstuk, maar een opdracht. Om te blijven kijken. Om te blijven handelen waar dat nodig is. Om te erkennen dat verantwoordelijkheid zich niet alleen in het verleden voordoet, maar ook in het heden.”

In het bos van Wijckerslooth ging de herdenking verder.

Twee leerlingen van het Rijnlands Lyceum droegen gedichten voor. Nienke Blom las het gedicht ‘Vrijheid’ van Nienke Blom. Neda Afsharzada had zelf een gedicht geschreven: ‘Wanneer stilte spreekt’.

Schrijver en journalist Rik Weeda vertelde in het bos het verhaal van Feiko Munniksma die in 1942 een aantal verzetsbladen getiteld ‘De Vonk’ met de trein van Assen naar Groningen bracht. Ook haalde hij de Leidse neuroloog Wim Storm aan die vele Joodse mensen aan een onderduikadres hielp.

De Vonk was een bijzondere verzetsgroep, “De meesten van hen hingen geweldloosheid aan. “Het waren niet de gewapende overvallen op distributie- en gemeentelijke administratiekantoren die zorgden voor de meeste benodigde valse documenten die filmers en documentairemakers zo graag in beeld brengen. Maar het stille geruisloze verzet: contacten leggen met medewerkers en ambtenaren van die kantoren, waardoor complete productielijnen ontstonden die zorgden voor een continue stroom van documenten voor onderduikers. Niet uit een wereldvreemd idealisme, maar vanuit een resultaatgericht streven naar effectiviteit.”

Overigens met volledig respect voor degenen die wel hun toevlucht namen tot het gebruik van geweld . “Ook zijn wij uitsluitend bevrijd door de kracht van onze principiële vijand, het militarisme.” 

Wat zou ons antwoord nu kunnen zijn op geweld, vroeg Weeda zich af. “Dieper graven, de moeite nemen om te kijken naar alternatieven, naar de dialoog, niet uit een wereldvreemd idealisme, maar uit een streven naar effectiviteit, en met het doel de wereld uiteindelijk wat beter te maken. Laten we onszelf ook niet onderschatten. We hebben immers machtige middelen. Een kritisch gebruik van ons democratisch stemrecht. Vergeet niet de allesoverheersende macht van de economische boycot en de mens als consument. Falen ook die middelen, denk dan aan de woorden van Simon Wijnnobel: Ik doe niet mee. En daar is soms moed voor nodig.”

Na afloop was er een samen-zijn in het Dorpscentrum.

Uit de krant

Uit de krant