
STROOMLOOS - Hoe weerbaar en zelfredzaam zijn we bij een grootschalige en langdurige stroomuitval
AlgemeenDEEL 1 • ‘Een noodsituatie kan ons zomaar overkomen. Het is niet de vraag óf, maar wanneer het gebeurt.’ Dat is de boodschap van de publiekscampagne Denk Vooruit, die de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) afgelopen november lanceerde. Doel van de campagne is de Nederlandse bevolking op te roepen zich voor te bereiden op een ernstige crisis, waarbij we het langdurig moeten doen zonder stroom, water of internet (of zelfs alle drie tegelijk).
Tijdens de campagne werd huis aan huis het boekje “Bereid je voor op een noodsituatie” verspreid. Daarin wordt uitgelegd waarom het zo belangrijk is om bij een grootschalige crisis minimaal 72 uur voor jezelf en huishouden te kunnen zorgen, en welke voorzorgsmaatregelen je daarvoor kunt nemen.
Zijn we er klaar voor?
Het idee van een noodsituatie waarin we het als burgers drie dagen zelfstandig moeten redden voelt evenwel voor veel mensen heel abstract, als een ver-van-mijn-bed-show. Reden voor ons om uit te zoeken wat er hier, in Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gebeurt bij een mega-stroomstoring. Welke voorzieningen vallen allemaal weg, wat zijn de gevolgen daarvan en wat kun je als burger doen om een stroomloze periode zo goed mogelijk door te komen? Zijn de lokale overheden al voorbereid om de onvermijdelijke chaos in de eerste stroomloze dagen het hoofd te bieden? En hebben instellingen, organisaties en ondernemers noodplannen klaarliggen? Kortom, hoe weerbaar en veerkrachtig zijn we?
Deze vragen, en meer, willen we beantwoorden in een tweetal uitgebreide artikelen. In deze eerste aflevering focussen we vooral op de kant van de burgers. Zijn Leidenaren, Leiderdorpers en Oegstgeestenaren klaar voor een noodsituatie?
Iedereen maakt wel eens mee dat de stroom in de wijk uitvalt. Gevolg van bijvoorbeeld een kapotte transformator in een elektriciteitshuisje, een beschadigde kabel, of overbelasting waardoor het net zichzelf uitschakelt. Als regel gaat het dan om een klein gebied en is het euvel na een paar uur weer verholpen. In januari dit jaar had Leiderdorp twee keer met zo’n situatie te maken, Oegstgeest vijf keer en Leiden negen keer, zo is op de website van netbeheerder Liander te lezen.
Lastig en onhandig, zo’n black-out, maar niet dramatisch. Wie thuis werkt, moet wellicht een gedwongen pauze inlassen omdat je het internet niet op kunt zonder stroom. Voor wie net bezig is met koken: het gasfornuis blijft gewoon werken maar de elektrische- of inductiekookplaat stoppen ermee. Is de stroomuitval na zonsondergang, dan komen de kaarsen uit de kast. Als alternatief voor televisie wordt teruggegrepen op een boek of spelletje. Het voelt zelfs gezellig met een warme trui en een extra deken voor als de temperatuur in huis wat terugloopt.
Via je smartphone is mobiel internet (4G/5G) gewoon te gebruiken en zo kan gevolgd worden wat er aan de hand is en hoelang het naar verwachting gaat duren voordat het licht weer aan floept.
Hypothetisch rampscenario
Maar het is niet dit soort stroomstoring waar de overheidscampagne ‘Denk Vooruit’ op doelt. Nee, die is van een totaal andere orde. Dan gaat het om een wijdverbreide stroomuitval in een groot deel van het land die dagenlang kan duren.
Kan dat echt gebeuren? Het is niet waarschijnlijk maar wel mogelijk. Zie hier een hypothetisch maar niet geheel ondenkbaar rampscenario: Het is begin februari en koud waardoor de energievraag groot is. Het stroomnet in Nederland is zo overbelast dat alles al balanceert op het randje van foutgaan. Dan ontstaat een zware storm en als gevolg van harde wind en extreme neerslag raken hoogspanningslijnen en verdeelstations beschadigd. Als klap op de vuurpijl hackt een groep extremisten het controlesysteem van het elektriciteitsnetwerk waarbij ze een aantal schakelstations platleggen.
Recept voor een grootschalige stroomuitval in heel West-Nederland die niet één-twee-drie op te lossen is. Geen kwestie van een paar uur, maar eerder van een aantal dagen of zelfs meer dan een week.
Grote impact
De effecten van een langdurige stroomuitval voor burgers zijn veelomvattend en ingrijpend, want onze samenleving draait op elk niveau op elektriciteit.
Natuurlijk, net als bij een kleine storing gaat het licht uit en alles in huis waar een stekker aan zit, is niet meer te gebruiken. Maar er gebeurt nog veel meer. Zendmasten raken na een paar uur door hun noodstroom heen en vallen uit, waardoor het mobiele internet- en telefoonnetwerk platligt.
Langzamerhand wordt het echt kil in huis
Langzamerhand wordt het echt kil in huis want de verwarming doet het niet meer. Dat geldt vanzelfsprekend voor elektrische verwarming maar ook voor warmtepompen, (gasgestookte) CV-ketels en stadsverwarming. Probleem zit ‘m in het rondpompen van warm water, waar elektriciteit voor nodig is.
Bewoners van flatgebouwen zonder noodstroomvoorziening hebben het extra moeilijk. De liften werken niet meer en boven de tweede etage komt er geen water meer uit de kraan. Niet omdat de drinkwatervoorziening stopt - want ieder drinkwaterbedrijf is erop voorbereid om minimaal tien dagen zelfvoorzienend te zijn - maar omdat er elektriciteit nodig is om het water omhoog te pompen.
Waar water is, kan nog wel het toilet doorgespoeld worden, maar de rioolwatergemalen van het Hoogheemraadschap vallen stil. Het rioolwater vanuit huishoudens en bedrijven kan daardoor niet naar de rioolwaterzuivering. Het wordt eerst opgevangen in bufferbassins. Zodra die vol zijn, gaat het vieze water via een overstort naar het oppervlaktewater.
Openbare ruimte
In de openbare ruimte vallen de straatverlichting en verkeerslichten meteen uit bij een grote stroomstoring, en het treinverkeer komt stil te liggen. Digitaal betalen is onmogelijk.
Het leven valt al snel stil. Voor winkels, bedrijven, kantoren, fabrieken, de bouw en onderwijsinstellingen geldt dat ze noodgedwongen moeten sluiten, tenzij ze noodaggregaten hebben die het mogelijk maken werk en processen (deels) door te laten gaan. Dit zal maar bij een klein deel van de (openbare) instellingen het geval zijn.
Voor wie op pad was tijdens de stroomstoring is thuiskomen een hele opgave door chaos op de weg. Bruggen en sluizen werken niet meer. Tanken is alleen mogelijk bij enkele tankstations met een noodaggregaat. En even naar huis bellen, kan na een tijdje niet meer.
Gelukkig zijn ziekenhuizen standaard voorzien van noodaggregaten dus cruciale zorg kan geleverd worden. Ook zorginstellingen hebben veelal voorzorgsmaatregelen getroffen.
Veel bedrijven en fabrieken hebben back-up systemen om stroomuitval op te vangen, zodat er geen gevaarlijke situaties ontstaan doordat processen plotseling stilvallen.
Meer problemen
Na de eerste 24 uur zonder elektriciteit komen er meer problemen bij. Vriezers ontdooien en bederfelijke etenswaren in de koelkast worden wat onfris. In de supermarkten die nog open zijn, raken de schappen leeg. En doordat digitale systemen niet werken, hapert de bevoorrading. Wie door zijn contante geld heen is, kan geen nieuwe voorraad halen want pinautomaten werken niet.
In onze regio ga je nog iets anders merken: het kan in de polders vochtig worden doordat de gemalen die het hier droog houden minder of niet werken. Dat zou er volgens crisismanager Fred Hoogland van het hoogheemraadschap Rijnland toe kunnen leiden dat je in sommige polders na zo’n 36 uur mogelijk wat last van natte voeten begint te krijgen, maar dat is ook helemaal afhankelijk van de weeromstandigheden.
Zelf doen
Zoals de zaken er nu voorstaan, hoeven burgers de eerste paar dagen van de lokale overheden weinig te verwachten. Wij spraken met de burgemeesters van Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest en de directeur van de veiligheidsregio Hollands Midden, en die waren er alle drie helder over: alle beschikbare inzet, ook van politie en hulpdiensten, is in eerste instantie nodig voor acute noodsituaties en om de meest kwetsbare bewoners te helpen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die vastzitten in een lift, of afhankelijk zijn van medische apparatuur. Bovendien zijn gemeenten en hulpdiensten lastig te bereiken omdat de normale - digitale - communicatiekanalen zijn weggevallen.
Kortom: wie in staat is om voor zichzelf te zorgen, moet dat absoluut doen.
Eigen stroomvoorziening
De vraag is vervolgens: hoe pak je dat aan? Hoe zorg je voor voldoende weerbaarheid en veerkracht om thuis te overleven als het echt grondig mis gaat?
De meest vergaande maatregel die je kan nemen, is zorgen voor je eigen noodstroomvoorziening. Wat niet eenvoudig is en zeker niet goedkoop.
Tegenwoordig zijn er heel veel woningen met zonnepanelen op het dak. In Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest samen gaat het om naar schatting ruim 20.000 woningen, bijna een kwart van het totaal. Je zou kunnen denken dat die, mits de zon schijnt, (deels) kunnen zorgen voor hun eigen benodigde elektriciteit. Maar helaas, dat is niet zo. In een standaardinstallatie gaat de stroom die de zonnepanelen produceren eerst naar een omvormer die is gekoppeld aan het stroomnet. Bij een stroomstoring schakelt de omvormer automatisch uit. Dat is om te voorkomen dat er stroom het net op gaat terwijl monteurs daar wellicht aan werken, waardoor levensgevaarlijke situaties ontstaan. Dus: als de stroom uitvalt, krijg je geen stroom van je zonnepanelen, ook al schijnt de zon uitbundig.
Er zijn overigens hybride omvormers te koop om tóch energie van je eigen zonnepanelen te kunnen gebruiken als het net eruit ligt. Dit kan in combinatie met een thuisbatterij, maar kost al snel duizenden euro’s.
Een andere oplossing is voor een paar honderd euro een noodaggregaat (een benzine- of dieselgenerator) kopen waarmee je zelf stroom kan opwekken. Hier komen ook de kosten dan nog bij voor het verbouwen van je meterkast.
Tips
Voor de meeste huishoudens zullen de dure noodstroomvoorzieningen buiten bereik liggen. Wat kan je dan wèl doen?
In het boekje ‘Bereid je voor op een noodsituatie’ staat een aantal tips. Daarbij zijn er drie belangrijke stappen: 1 - Haal een noodpakket in huis, 2 - Maak een noodplan, en 3 – Praat met elkaar en help elkaar.
Laten we beginnen met dat noodpakket. Wat daar in moet zitten, is sterk afhankelijk van je persoonlijke situatie. Wie kleine kinderen heeft, zal luiers en babyvoeding op de lijst zetten, wie huisdieren heeft wil ook voor hen voldoende eten hebben en wie afhankelijk is van medicijnen doet er verstandig aan altijd hier een voorraadje van te hebben.
‘Het allerbeste noodpakket is een goede buur’
Producten die voor iedereen van belang zijn bij langdurige stroomuitval zijn zaklampen, een noodradio, opgeladen powerbanks, drinkwater, houdbaar voedsel dat zonder koken gebruikt kan worden (inclusief blikopener), kaarsen en lucifers of aansteker, een EHBO-kit, warme kleding en dekens, en contant geld.
Verzamelen
Het goede nieuws is dat de meeste mensen veel daarvan al in huis hebben; het is meer een kwestie van spullen bij elkaar zoeken en op een handige plek leggen. Zaken als contant geld, ingeblikt voedsel en flessen water kunnen rustig aan opgespaard worden. Het is dus niet nodig om voor veel geld een van de kant-en-klare noodpakketten te kopen die op veel webshops en in advertenties worden aangeboden.
Radio
Wat in veel huishoudens ontbreekt maar wel cruciaal is, is een noodradio. Want zeker in de eerste dagen nadat het mis gaat, hebben overheden maar zeer beperkte mogelijkheden om met burgers in contact te komen en ze van informatie te voorzien. En hoewel er nog heel veel hiaten zitten in de crisisdraaiboeken van overheden is al wèl geregeld dat elke regio een rampenzender heeft die de wettelijke taak heeft om mensen in de regio van informatie te voorzien als dat nodig is. In onze regio is dat Radio West (89.3 FM). Dankzij een speciale telefoonlijn houdt de redactie contact met hulpdiensten en lokale, regionale en nationale overheden, en dankzij een noodaggregaat kan het uitzenden ook zonder werkend stroomnet door gaan.
Nu kost een noodradio al snel minstens 50 euro. Maar een simpel ‘ouderwets’ radiootje op batterijen werkt ook. En vraag eens na bij de buren of zij wellicht een noodradio hebben waar je ook naar kunt luisteren.
Samen
Het is sowieso een absolute aanrader om eens met de buren te praten over wat je in de straat voor elkaar kan betekenen in een noodsituatie. Wie weet zijn er buren met een noodstroomvoorziening zoals hierboven genoemd. Of wellicht woont er een enthousiaste kampeerder die een kooktoestel op butagas heeft (en een gevulde gasfles in de schuur). Samen sta je sterker. Zoals directeur Hans Zuidijk van de veiligheidsregio Hollands Midden zegt: ”Het allerbeste noodpakket is een goede buur”.
Noodplan
En dan het noodplan. Het scheelt een hoop paniek als gezinsleden van tevoren afspreken hoe ze met elkaar in contact komen als de stroom uitvalt en communicatie lastig is. Ook afspraken over bijvoorbeeld wie de kinderen ophaalt als het onder schooltijd misgaat, of wie een hulpbehoevende ouder bijstaat, kunnen veel narigheid voorkomen.
De kans dat een rampscenario zoals we aan het begin van dit artikel schetsen in de nabije toekomst werkelijkheid wordt, is minuscuul klein, maar het kàn wel. Daarom is het belangrijk om voorbereid te zijn en maatregelen te nemen. Om Hans Zuidijk nog een keer aan te halen: “We moeten niet doemdenken, maar we moeten doendenken”.
Volgende week de tweede aflevering van ‘Stroomloos’ waarin we kijken hoever de gemeenten, de veiligheidsregio en verschillende instellingen en bedrijven zijn met hun voorbereiding op een grote stroomstoring.
Teksten: Willemien Timmers en Corrie van der Laan
‘Stroomloos’ wordt mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Leids Mediafonds.
Nog geen hulp voor minima bij aanschaf noodpakket
Voor mensen met een laag inkomen vormen de kosten vaak een grote drempel om thuis een noodpakket samen te stellen. In Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest bestaan op dit moment geen eenvoudige regelingen die minima hierbij helpen.
Ook de Voedselbank Leiden e.o. kan hierin momenteel geen rol spelen, zegt voorzitter Frank Mittertreiner. “We nemen dit onderwerp heel serieus, maar we zijn een organisatie die draait op vrijwilligers, we kunnen geen ijzer met handen breken” Maar, zo verzekert hij, het bestuur van de Voedselbank gaat in 2026 zeker op zoek naar mogelijkheden om haar klanten ook bij te staan als het gaat om noodpakketten.
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
![]()
Veel spullen uit het aanbevolen noodpakket hebben de meeste mensen al in huis, wat ontbreekt kan je stukje bij beetje aanschaffen. | Foto: Corrie van der Laan
De gemeente Leiderdorp onderzocht eind vorig jaar of het mogelijk is om als gemeente zelf noodpakketten aan te schaffen of te sponsoren en deze uit te delen aan inwoners met een laag inkomen. Het college besloot uiteindelijk om dat niet te doen. Daarbij speelde mee dat de gemeente hiervoor onvoldoende ambtelijke capaciteit heeft. Maar de belangrijkste reden was dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een lokale aanpak afraadt. Volgens de VNG wordt er gewerkt aan een landelijke regeling om minima te helpen aan noodpakketten, en is het verstandiger om die af te wachten.
Niet alle gemeenten volgen die lijn. In Rotterdam is eind januari een actie gestart waarbij alle ruim 2.000 gezinnen die afhankelijk zijn van de lokale voedselbank een noodpakket ontvangen. Dat pakket bevat onder andere een noodradio, een reddingsdeken, kaarsen en lucifers, een fles water en een EHBO-setje.
Uitslag enquête
Verreweg de meeste burgers zijn enigszins voorbereid op noodsituatie
In hoeverre zijn de inwoners van Leiderdorp, Oegstgeest en Leiden nu al voorbereid op een noodsituatie waarbij de stroom in een groot deel van Nederland langdurig uitvalt? Om die vraag te beantwoorden hielden we een online peiling via de websites van het Leiderdorps Weekblad, de Oegstgeester Courant en regio-omroep CentraalPlus.
![]()
Op de vraag ‘Heeft u thuis een noodpakket klaarliggen?’ antwoordde bijna de helft ‘Ja’ (blauw), ruim 40 procent ‘Een paar producten (rood) en nog geen 10 procent ‘Nee, niet mee bezig geweest’ (geel). - Corrie van der Laan
Uit de ruim 140 reacties bleek dat de mensen in de Leidse regio er wel degelijk rekening mee houden dat in de komende vijf jaar een grootschalige stroomuitval realiteit wordt. Op een schaal van 1 (geen kans) tot 10 (100 procent zekerheid) vulde bijna 47 procent een 7 of hoger in. Volgens nog geen kwart is de kans op een dergelijke noodsituatie nihil tot klein (scores van 1 tot en met 4).
Bijna de helft (48,2 procent) van de respondenten geeft aan dat bij hen een noodpakket klaar ligt, en nog eens 42,6 procent heeft in ieder geval een aantal van de aangeraden producten in huis. Dat hoge percentage heeft ongetwijfeld deels te maken met het boekje ‘Bereid je voor op een noodsituatie’ dat vanaf november vorig jaar huis aan huis verspreid is; meer dan driekwart van de respondenten (77,5 procent) zegt dit boekje gelezen te hebben.
Een stap die mensen als regel nog niet genomen hebben, is afspraken maken met familie of buren over wederzijdse ondersteuning in een noodsituatie. Dat gesprek is slechts 15,4 procent van de respondenten aangegaan.
De laatste vraag van de peiling was wat de inwoners in de eerste 72 uur van een noodsituatie verwachten van overheden, en dan met name van hun gemeente/veiligheidsregio. Daarbij waren meerdere antwoorden mogelijk. Het blijkt dat burgers vooral rekenen op de lokale en regionale overheden voor actuele en duidelijke informatie. Dit antwoord werd door bijna tweederde (65 procent) aangekruist. Een goede tweede was het handhaven van de openbare orde en veiligheid (57 procent). Gedeeld derde werden ‘Het inrichten van een noodsteunpunt in mijn wijk’, ‘Hulp en ondersteuning aan kwetsbare inwoners’ en ‘Zorgen voor basisvoorzieningen als water, warmte en noodstroom’ met ieder zo’n 45 procent. Opvallend was dat slechts 12,5 procent van de respondenten aangaf ervan uit te gaan dat ze het in die eerste 72 uur helemaal zelf moeten doen en niets kunnen verwachten van overheden.















