Directeur Hans Zuidijk van de Veiligheidsregio Hollands Midden in de crisisoverlegruimte aan de Rooseveltstraat in Leiden. | Foto:
Directeur Hans Zuidijk van de Veiligheidsregio Hollands Midden in de crisisoverlegruimte aan de Rooseveltstraat in Leiden. | Foto: Willemien Timmers

STROOMLOOS - Zijn we voorbereid op een grootschalige en langdurige stroomuitval?

Algemeen

DEEL 2 • Stel de stroom valt plotseling uit in een groot deel van Nederland. Het gevolg van een combinatie van factoren: overbelasting van het net, extreem weer waardoor hoogspanningsleidingen en verdeelstations zijn beschadigd, en als klap op de vuurpijl een cyberaanval door een groep extremisten op het controlesysteem van het elektriciteitsnetwerk. Herstelwerkzaamheden gaan minimaal enkele dagen duren.

In de eerste aflevering van ‘Stroomloos’, die vorige week verscheen, hebben we geïnventariseerd wat een dergelijke catastrofe zou betekenen voor inwoners van Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest. Wat werkt er allemaal niet meer en wat kan je als burger doen om in ieder geval 72 uur zonder elektriciteit zo goed mogelijk door te komen.

In deze tweede aflevering kijken we hoe goed de lokale overheden en instellingen zijn voorbereid.

‘We zijn wat dit betreft goed wakker geworden’

Als het gaat om rampenbestrijding en crisisbeheersing in onze regio, dan staat de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) centraal. In de VRHM werken brandweer, politie, gemeenten en geneeskundige hulpverlening nauw samen. Algemeen directeur Hans Zuidijk van de VRHM vertelt dat de organisatie in 2025 volle bak aan de slag is gegaan om zich voor te bereiden op noodsituaties als een langdurige stroomuitval. “Je kan zeggen dat we wat dit betreft goed wakker zijn geworden. De aanleiding is dan ook dubbel en dwars aanwezig. Dat heeft te maken met klimaatverandering, met een verstopt energienet en met geopolitieke veranderingen.” 

Inmiddels liggen er noodscenario’s klaar. Omdat de meldkamer een noodstroomvoorziening heeft, is die gewoon bereikbaar (maar raakt wellicht wel overbelast) en dankzij het eigen mobilofoonverkeer blijft de communicatie binnen de VRHM intact. De NoodCommunicatieVoorziening (NCV), een landelijke telecomvoorziening die blijft werken als de reguliere netwerken uitvallen, zorgt ervoor dat gebeld kan worden met gemeenten, hulpdiensten en andere vitale partners.

Maar, zo benadrukt Zuidijk, je kan je maar tot op zekere hoogte voorbereiden. “Een grootschalige stroomuitval die langer dan acht uur duurt, hebben we hier nog nooit meegemaakt, dus je weet niet precies wat er gaat gebeuren. Daarom is het voor ons misschien nog wel belangrijker om te trainen op lenigheid, op veerkracht en improvisatievermogen.” 

Doorlichten

Onderdeel daarvan is het doorlichten van de eigen organisatie, vertelt hij. “Hoe functioneren we zonder stroom en zonder internet? We zijn nu bezig met heel systematisch en precies onze bedrijfsprocessen te analyseren en te kijken waar de gaten vallen.” Als voorbeeld noemt hij de routeplanners van brandweerwagens die continue live verkeersgegevens ophalen om de beste weg naar een incidentlocatie te vinden. Zonder internet werkt dat niet. “Op een aantal gebieden zullen we opnieuw moeten leren om analoge alternatieven te gebruiken. Zoals een ouderwets stratenboek, dat onze jonge garde vaak nog nooit gebruikt heeft.” 

De gemeenten zijn veel minder ver in hun voorbereidingen. 

Burgemeester Peter Heijkoop van Leiden windt er geen doekjes om: als het rampscenario dat aan het begin van dit artikel wordt geschetst vandaag werkelijkheid wordt, hebben we een gigantisch probleem. “Het eerlijke verhaal is dat we hier als gemeente nog niet klaar voor zijn. En een gemeente die zegt wèl klaar te zijn, die spreekt niet de waarheid.” Een opmerking die zijn collega Tjarda Struik van Leiderdorp ‘heel herkenbaar’ vindt. Ook burgemeester Emile Jaensch van Oegstgeest laat weten dat in zijn gemeente ‘nog geen kant-en-klaar plan ligt’ om de gevolgen van een langdurige stroomstoring het hoofd te bieden.  

Weerbaarheid vergroten

Het goede nieuws is dat er hard gewerkt wordt om de weerbaarheid van de gemeenten in crisissituaties te vergroten. De urgentie daarvoor wordt des te meer gevoeld door de toenemende onrust en dreiging op het wereldtoneel. 

Leiden maakt momenteel de grootste stappen. De centrumgemeente heeft in november vorig jaar een ‘programmamanager maatschappelijke weerbaarheid’ aangesteld. Zij gaat onder meer in kaart brengen waar de grootste kwetsbaarheden van de stad zitten in crisissituaties. Ook is het de bedoeling dat ze een actieprogramma opzet om de veerkracht en sociale samenhang in Leiden te vergroten. Dat is ontzettend belangrijk, zegt burgemeester Heijkoop, want de eerste paar dagen bij een grote stroomstoring of een andere systeem-ontwrichtende calamiteit zullen de burgers het zelf - of nog liever: samen - moeten rooien. “Ik wil vooral dat er meer aandacht komt van mensen voor elkaar. Dat ze zich afvragen van ‘hé, wie wonen er nou naast me? Wat heeft mijn buurvrouw nodig?’”

‘Het eerlijke verhaal is dat we hier als gemeente nog niet klaar voor zijn’

Leiderdorp zou ook best een programmamanager weerbaarheid willen hebben, geeft burgemeester Struik aan, maar daar is geen budget voor. “Bij ons doet een van de ambtenaren dat erbij.” Struik heeft inmiddels wel een vrij goed beeld van waar de pijnpunten bij stroomuitval in haar gemeente zitten. Een daarvan is het grote percentage hoogbouw.  “Leiderdorp kent veel flats, wat extra uitdagingen geeft. Zonder elektriciteit doen de liften het niet meer en het kan ook waterproblemen geven omdat het water mogelijk niet meer omhoog gepompt kan worden.” 

Een uitgewerkt plan van aanpak voor een black-outcrisis ligt er nog niet in het Leiderdorpse gemeentehuis. Wel is er een noodstroomaggregaat dat regelmatig getest wordt en waarvoor een ruime voorraad brandstof aanwezig is, genoeg voor een aantal dagen.  

Oegstgeest heeft twee kleinere noodaggregaten en is momenteel bezig om de capaciteit te vergroten, laat burgemeester Jaensch weten. Daarmee kan het gemeentehuis in ieder geval op een basaal niveau blijven functioneren. Maar alle inzet zal in de eerste dagen gebruikt worden voor de acute noodgevallen, legt Jaensch uit. “De burgers zullen zich dan echt zelf moeten redden.” Vandaar dat hij er al sinds 2024 op hamert hoe belangrijk het is een noodpakket in huis te halen. 

Noodsteunpunten voor informatie en meer

Wellicht de meest belangrijke taak van de gemeenten bij een ramp of crisis, wordt het inrichten van noodsteunpunten. Hier moeten burgers in ieder geval terecht kunnen voor informatie wanneer de normale communicatiemiddelen niet meer werken. Welke functies de noodsteunpunten verder krijgen, bijvoorbeeld distributie van water en andere basisbehoeften, en waar ze komen, moet dit jaar duidelijk worden. Overal in het land worden momenteel pilots opgezet, gefinancierd door de rijksoverheid die daarvoor over 2025 en 2026 15 miljoen euro heeft uitgetrokken. 

Pilots

In de Veiligheidsregio Hollands Midden staan er tien pilots met noodsteunpunten op het programma, waarvan twee in Leiden en één in Oegstgeest. Bij die pilots is een langdurige stroomuitval uitval een van de scenario’s. In het eerste kwartaal van 2027 worden de resultaten geëvalueerd zodat de noodsteunpunten later in dat jaar daadwerkelijk uitgerold kunnen worden. Daar is 35 miljoen euro per jaar voor beschikbaar. 

Voor de noodsteunpunten wordt gebruik gemaakt van bestaande geschikte locaties in wijken en dorpen die goed toegankelijk en bereikbaar zijn. Zo is al bekend dat voor de pilot in Oegstgeest het Dorpscentrum wordt gebruikt. 

Burgemeester Struik zou het liefst zien dat  enkele van de huidige stemlocaties straks ingezet kunnen worden als noodsteunpunten. “We zijn aan het kijken of dat een optie is. Want het zijn de meest toegankelijke locaties en verspreid over ons dorp, dat weten we al.” 

Haar collega uit Oegstgeest heeft daar andere ideeën over. Gezien de beperkte oppervlakte van de gemeente kan hij zich voorstellen dat één noodsteunpunt voldoende is. Maar, zoals gezegd, hier komt pas over een jaar meer duidelijkheid over. 

De bemensing van noodsteunpunten zou moeten gebeuren door een mix van professionele hulpverleners aangevuld met burgerhulpverleners, getrainde vrijwilligers dus. De drie burgemeesters hebben dat nog niet georganiseerd, maar hebben er wel ideeën over. Emile Jaensch heeft nauw contact met de veteranen die in Oegstgeest wonen, en Peter Heijkoop hoopt studenten in te kunnen zetten. Tjarda Struik noemt een externe organisatie, BurgerReserve, die getrainde mensen uit het eigen dorp kan ‘leveren’.

Dat brengt ons terug bij het punt dat Heijkoop eerder aanstipte: de rol van de burgers zelf in een noodsituatie. Want overheden kunnen nog zulke mooie crisisdraaiboeken hebben klaarliggen, het zal toch zeker een dag of wat duren voordat die helemaal uitgerold zijn. En in die periode zijn burgers aangewezen op zichzelf en hun eigen netwerk. 

‘In crisissituaties komt vaak het goede in mensen boven”

Alle drie de burgemeesters zijn het erover eens dat nú de tijd is om in te zetten op het versterken van de onderlinge betrokkenheid in wijken en buurten.

Samenredzaamheid

Ook VRHM/directeur Hans Zuidijk hamert daarop: “Je hebt zelfredzaamheid maar zeker zo belangrijk, of nog belangrijker, is samenredzaamheid. Heel veel mensen kunnen zich in die eerste 72 uur wel redden. Onze inwoners zijn niet gek. Maar kijk alsjeblieft ook even om je heen. Kan mijn buurman of buurvrouw zichzelf ook redden? Woont er iemand in de straat die we wat extra aandacht moeten geven? Ik ben daar overigens helemaal niet somber over gestemd, in crisissituaties komt vaak het goede in mensen boven.”

Coördinatie

Zo denken de burgemeesters er ook over. Struik verwijst naar de grote stroomstoring die afgelopen voorjaar Spanje en Portugal platlegde. “Iedereen denkt dan, ‘nu breekt de hel los’ maar dat was helemaal niet zo. Mensen gingen elkaar helpen. Ik geloof dat ze dat hier ook zullen doen, dat onze taak veel meer zal zitten in coördinatie.” Jaensch stipt aan dat in Oegstgeest al heel wat ‘Lief- en Leedstraten’ zijn waar de inwoners naar elkaar omkijken. “En er komen er steeds meer bij.”  

Heijkoop heeft het idee dat door het praten met elkaar over een mogelijke noodsituatie al heel veel positieve energie loskomt in de stad. “Als mensen elkaar hierdoor beter leren kennen, krijg je een wat mooiere samenleving.”


Nawoord

Toen we eind vorig jaar inventariseerden wat de gevolgen van een langdurige en wijdverbreide stroomstoring in onze regio zouden zijn, kwam het wel heel stevig binnen: door zo’n calamiteit wordt het leven wordt totaal ontwricht, op veel meer vlakken dan we aanvankelijk hadden gedacht. 

Het verbaasde ons dan ook dat de rijksoverheid pas eind november 2025 de campagne ‘Denk vooruit’ lanceerde. En dat gemeenten en veiligheidsregio eigenlijk pas sinds vorig jaar echt serieus bezig zijn met hun eigen voorbereidingen op een dergelijke noodsituatie. 

Wat dan weer positief stemt, is dat het proces om de maatschappij weerbaarder en zelfredzamer te maken in een flinke stroomversnelling terecht is gekomen. Op dit moment zijn we absoluut nog niet klaar om een catastrofe als een grote stroomstoring het hoofd te bieden, maar over een jaar of twee kan dat heel anders zijn. Het besef dat ons land zich moet voorbereiden op een dergelijke crisis is inmiddels op alle niveaus wel ingedaald, en dat alleen al maakt een enorm verschil.

Wij zijn van mening dat het voor burgers vooral belangrijk is dat er vaart gemaakt wordt met het onderzoek naar en het uitrollen van noodsteunpunten. Als mensen weten waar ze in een crisissituatie heen kunnen voor betrouwbare en actuele informatie, scheelt dat enorm in onzekerheid en mogelijke paniek. 

Teksten: Corrie van der Laan en Willemien Timmers


‘Stroomloos’ wordt mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Leids Mediafonds.

Uit de krant

Uit de krant