Eerste Communie

Deze column schrijf ik op Hemelvaartsdag. Dit blijft de dag waarop ik terugdenk aan mijn Eerste Heilige Communie, Hemelvaartsdag 7 mei 1959. Wij – kinderen van 6-7 jaar - waren klaargestoomd voor de dag waarop we onze Eerste Communie zouden ontvangen. En die voorbereiding was grondig: uitleg van het sacrament van de eucharistie, leren van gebeden en gezangen, en het nuttigen van een – niet geconsacreerde - proefhostie. En toen het zover was gingen we – allemaal gehuld in een communiepakje dan wel -jurkje – met ouders, broertjes, zusjes, grootouders, ooms en tantes ter kerke. De pastoor hield een korte op de kinderen toegespitste preek, er was wierook en gezang. En wat voelden we ons bijzonder op het moment dat we voor het eerst de communie op de tong gelegd kregen. Jezus voelde zo nabij als later eigenlijk nooit meer.

Ter herinnering was er een vroom prentje gedrukt. Op dat van mij stond Koosje in plaats van Koos, iets waaraan ik later regelmatig herinnerd werd. Na de mis werd het feest thuis voortgezet. De communicant kreeg een cadeau en ontving van de uitgenodigde gasten ook nog de nodige envelopjes. En natuurlijk kwam de pastoor of kapelaan nog even langs. Ook toen werd er al wel eens gemopperd dat de ‘afterparty’ het eigenlijke gebeuren van de Eerste Communie dreigde te overschaduwen. Vooral in het zuiden van Nederland heeft die ontwikkeling zich doorgezet. Terwijl de ontkerkelijking voortging werd het uiterlijk vertoon bij de viering van de Eerste Communie steeds groter.

Hier in het Westen - dus ook in Oegstgeest- is dat allemaal wat minder grootschalig. Het aantal communicantjes is de afgelopen jaren relatief beperkt (een tiental). De voorbereiding wordt dan ook niet via de school georganiseerd maar met vrijwilligers van de parochie. Het betekent wel dat de ouders er bewust voor kiezen om hun kind de eerste communie te laten doen, terwijl het vroeger toch deels ook een automatisme was. Wat hetzelfde is gebleven is de feestelijke viering met glunderende kinderen en ouders. En ongetwijfeld zullen ook deze communicantjes thuis feest vieren en cadeautjes krijgen. Dat hoort nu eenmaal bij het Rijke Roomsche leven.

Koos van der Bruggen