Afbeelding

Bureaucratie

In de Oegstgeester Courant van 22/4 stond een ingezonden stuk van A.de Graaff met de titel "Hoofdpijndossier". Dat is het zeker. 

Ik lees, dat in 2021 de VVE Irislaan/Lange Voort gevel en dak wil laten isoleren. Je zou verwachten dat als de financiering rond is, er meteen begonnen kan worden. Maar wat blijkt, het isolatieproces is al 5,5 jaar gaande, zonder dat er is geïsoleerd. 

Hoe komt dat? Simpel door doorgeslagen bureaucratie. Wereldvreemde ambtenaren samen met milieu- en natuurfanatici produceren een lawine aan regels. Meestal zinloos, overbodig of tegenstrijdig. In dit geval een tweejarig onderzoek naar een paar vleermuizen, kosten €.21.500. Een CO2 calculatie; overbodig want isolatie bespaart CO2', een Flora en Fauna vergunning en ga zo maar door. 

Alle processen worden langdurig getraineerd en de kosten lopen de spuigaten uit. Daardoor is Nederland inmiddels een van de duurste landen in Europa. Wat ook niet helpt is de onkunde en onwil van de politiek. Daarom loopt alles vast, zoals bijv. bij stikstof, huisvesting, asiel en elektrificatie infrastructuur. Naar burgers wordt niet geluisterd en dan kijken ze vreemd op, waarom de onvrede zo hoog is.


A. van der Geest


Muziek en Verzet

Begraafplaats Groene Kerk heeft een speciaal vak met oorlogsgraven voor gevallen militairen uit de Tweede Wereldoorlog. Minder bekend is dat op de begraafplaats ook een aantal verzetshelden begraven liggen waaronder Jan van Gilse. 


Zijn graf wordt gemarkeerd door een fraai beeldhouwwerk van Mari Andriessen, bekend van De Dokwerker in Amsterdam. Van Gilse was bevriend met Mari Andriessen en heeft zelfs een tijdje bij hem ondergedoken gezeten. Toch voert het voetpad langs het Oegstgeesterkanaal dat naar Van Gilse is vernoemd niet door de verzetsheldenbuurt maar door de componistenbuurt. 

Van Gilse was namelijk aan het begin van de 20e eeuw de beroemdste componist en met Mengelberg de meest vooraanstaande dirigent van Nederland. Hij had een degelijke klassiek Duitse muziekopleiding genoten en was zeer gecharmeerd van Wagner en Strauss. Die muzieksmaak viel in Amsterdam niet goed waardoor hij al na twee jaar vertrok als dirigent van het Concertgebouworkest. 

Utrecht daarentegen omarmde Van Gilse en daar vierde hij vele triomfen. Totdat hij met de muziekrecensent/componist Willem Pijper in onmin raakte en Van Gilse zijn troost zocht in tournees door Europa. Zijn koorwerken en symfonieën waren inmiddels internationaal zo vermaard dat hij veel gevraagd werd. Na terugkeer in Nederland werd hij benoemd tot directeur van het Rotterdams conservatorium. 

In die periode kwam het nationaal socialisme in Duitsland op, iets waar Van Gilse niets van moest hebben. Hij steunde zijn zoon dan ook die naar Spanje was gereisd om aan de zijde van de communisten te strijden. 

Aan het begin van de Duitse bezetting werd hij door Seyss Inquart gevraagd voorzitter van de Nederlandse Cultuurkamer te worden. Een eervol verzoek vergelijkbaar met Richard Strauss in Duitsland. Van Gilse weigerde wat hem niet in dank werd afgenomen. Hij ging weer componeren en schreef een muziekstuk dat hij treffend “Treurmuziek”’ noemde. Het was een aanklacht tegen het oorlogsgeweld. 

Het muziekstuk werd in heel Nederland uitgevoerd en trok volle zalen. Het wordt tot zijn beste werk gerekend. 

Toen hij weigerde de Ariërverklaring te tekenen was voor de bezetter de maat vol en zijn doodvonnis geveld. Hij dook op diverse adressen onder, laatstelijk in Oegstgeest waar hij in 1944 aan kanker overleed. Vlak voor zijn dood ontving hij bericht dat zijn beide zoons, werkzaam voor het verzet, waren geëxecuteerd. Hoe tragisch was zijn lot. Zijn graf met het bijzondere kunstwerk, alsmede het Jan van Gilsepad, helpt ons herinneren aan deze moedige en standvastige componist.


Ton van der Pijl