Erasmus MC

Het is vrijdagavond, de dag na de schietpartij in Rotterdam. Normaal schrijf ik graag deze column, maar dit keer doe ik dat met een bezwaard gemoed.

Ik was die dag namelijk in het Erasmus MC op het symposium Behandeling Borstkanker Beter. Ik mocht in de ochtend vertellen over het onderzoek van ons team. Wij hebben als doel te voorkomen dat ruim 1.000 vrouwen per jaar de last dragen van een borstoperatie en -bestraling waar ze geen voordeel van hebben. Deze vrouwen blijken namelijk een vaak bij de borstkankerscreening gevonden afwijking te hebben die ooit zou kunnen uitgroeien tot borstkanker, maar meestal gebeurt dat niet. De uitdaging is uit te zoeken wanneer het verantwoord is om die intensieve behandeling achterwege te laten. Voor mij is de voornaamste drijfveer te zoeken naar wat het goede is. Daarom heb ik ooit ook de artseneed van Hippocrates afgelegd waarin het zo verwoord wordt: ‘Ik zal aan de patiënt geen schade doen’. 


 ‘Ik zal aan de patiënt geen schade doen’

 Toen ik in de middag net weer terug naar Oegstgeest was gekeerd, hoorde ik van de afschrikwekkende gebeurtenissen in Rotterdam. De schade was met geen pen te beschrijven. Alleen maar groot verlies, alleen maar verliezers. Alleen maar intens verdriet. Een dader die zo dodelijk ziek is dat andermans geliefden van het leven beroofd worden. Persoonlijk word ik nog extra geraakt, omdat dit gebeurde in een omgeving waar zieke, kwetsbare mensen zich juist veilig zouden moeten voelen en weten. Een vrouw in het Erasmus MC vatte het kernachtig samen: ‘Mensen komen hier om beter te worden, en dan gebeurt er zoiets’. 

Vanavond, een dag later, zitten mijn hoofd en hart er nog vol mee. Aan tafel gedenken we de slachtoffers en nabestaanden met de ogen dicht. En ik worstel met de vraag of er ooit hoop en troost komt. Voor de achtergebleven geliefden. Voor ieder die de dader liefhad of liefheeft. Misschien voor de dader zelf? Voor zijn ouders. Je blijft immers kind.


Jelle Wesseling