Afbeelding

POLITIEKE BESPIEGELINGEN - Bouwen in het Hofbrouckerpark; wie begrijpt het nog?

Politiek

Het leek zo logisch. Na een gestrand overleg met de projectontwikkelaar stelt het college van B&W de gemeenteraad voor het ’conserverend bestemmingplan’ voor het Hofbrouckerpark vast te stellen. Een prima idee zou je denken. De discussie over bebouwing in het park sleept al lang en dan kan het goed zijn om de discussie af te ronden. Voor een nieuwe start. Maar een deel van de gemeenteraad dacht daar anders over. Dat deel ging zelf overleggen met de projectontwikkelaar. En daar kwam weer een ander plan uit voort. Ik doe een poging om deze gang van zaken te begrijpen. Maar of dat lukt?

Het begon allemaal al in 2010. Het toenmalige Hofwijck moest gaan moderniseren. Daar was uitbreiding voor nodig. En geld. Voor die uitbreiding werd het bestemmingsplan aangepast. En om de plannen te kunnen betalen werden de aanleunwoningen verkocht. In het geheel van de plannen van Hofwijck waren dat toen logische stappen. 

Het liep anders. Drie jaar later werd Hofwijck toch ter plekke gemoderniseerd en de geboden ruimte in het bestemmingsplan bleef deels onbenut. Maar die was er nog wel. De nieuwe eigenaar van de aanleunwoningen kwam daarom met bouwplannen. Daarin werden de ruimte in het bestemmingsplan niet alleen maximaal gebruikt, maar ook overschreden. Dat was tegen het zere been van de buurt, het dorp en de gemeenteraad. Het leidde er uiteindelijk toe (we zijn inmiddels jaren verder), dat de raad eind 2021 een Voorbereidingsbesluit nam om het gebied ’conserverend’ te bestemmen. 

Ondertussen hadden zich wel dorpsgenoten laten horen. Met zorg over het groen en met pleidooien voor kleinschalige woon/zorg-combinaties en levensloopbestendig wonen. In feite grepen zij daarmee terug op de oorspronkelijke reden voor de hele discussie. De toekomst van Hofwijck. Dat liep toen anders. Maar de behoefte aan voor ouderen geschikte woningen en aan vormen van gemeenschappelijk wonen neemt alleen maar toe. Hun pleidooi was/is, dat vervangende nieuwbouw voor de voormalige aanleunwoningen wel mogelijk moest zijn. Veel kleinschaliger en rekening houdend met de groene omgeving. 

Die boodschap werd door de gemeenteraad opgepakt. Toen bleek, dat de gemeente had geblunderd door de beoogde bescherming te laten verlopen, kreeg het college het verzoek daarover met de projectontwikkelaar te overleggen. Deze zomer meldde de wethouder echter, dat de ’verschillen onoverbrugbaar groot zijn’. En daarom was vorige week het voorstel om nu wel conserverend te bestemmen. Het liep weer anders. Tijdens de raadsvergadering bleek, dat een aantal raadsleden (waaronder een oud-wethouder) zelf overleg met de projectontwikkelaar waren aangegaan. En dat de ontwikkelaar in dat overleg aangepaste plannen had gepresenteerd. 

Hoe nu verder? Duidelijk is, dat gemeente en projectontwikkelaar elkaar nodig hebben om eruit te komen. Eerder is ruimte geboden voor bebouwing en dat kan niet zomaar worden teruggedraaid. Bovendien is de ontwikkelaar eigenaar van de voormalige aanleunwoningen. Op zijn beurt wil de gemeente goedkope woon/zorg, is bestemmingsplan-bevoegd én is eigenaar van nodige gronden. Het is wederzijds belang om eruit te komen. Daarbij kan een conserverend bestemmingsplan de gemeentelijke positie alleen maar versterken. Waarom laat de raad die kans lopen? En waarom wordt daarbij de wethouder gepasseerd? Welke belangen spelen hier? Wat is het gemeenschapsbelang? Wie begrijpt dit nog?

Pieter Hellinga (penahellinga@gmail.com)