Oegstgeester Courant - 'In oorlog en liefde': Indrukwekkende vertelling over Hans Beckman en Noëmi Trpin
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225559&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=oegstgeestercourant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=234" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Logo oegstgeestercourant.nl
Noëmi Beckman-Trpin met haar dochter Sonja. | Foto Willemien Timmers
Noëmi Beckman-Trpin met haar dochter Sonja. | Foto Willemien Timmers

'In oorlog en liefde': Indrukwekkende vertelling over Hans Beckman en Noëmi Trpin

  Human Interest

Muisstil was het op maandagavond 23 april in het theater van het Visser 't Hooft Lyceum aan de Kagerstraat in Leiden. Daar verzorgde Timo Waarsenburg de indrukwekkende vertelling 'In oorlog en liefde' over het leven van oud-leerling en de in Oegstgeest opgegroeide Hans Beckman en zijn vrouw Noëmi Trpin. Beckman werd in Auschwitz smoorverliefd op deze Sloveense schone, die hij slechts tweemaal kort ontmoette, en beloofde haar: 'Als de oorlog voorbij is, trouw ik met je!'.

Beckman, geboren in 1919 in Indië, was twintig toen de oorlog uitbrak. Op dat moment woonde hij met zijn ouders in Zeist; daarvoor woonde hij van 1930 tot 1937 met zijn broers en zus op Juffermansstraat 82 in Oegstgeest. Vader Beckman had gebruik gemaakt van een gunstige afvloeiingsregeling van het Nederlandse leger, en verliet op zijn 43ste met zijn gezin als kaptein Nederlands-Indië, om te genieten van zijn pensioen. Om toch iets om handen te hebben wierp hij zich vol vuur op de organisatie van de Burgerwacht. Dit deed hij zo voortreffelijk, dat hij bevorderd werd tot majoor titulair.

Hans Beckman overleed in 2011. Zijn vrouw, Noëmi Trpin, ontmoette hij in Auschwitz. De 94-jarige Leiderdorpse bezocht op 23 april ook de voorstelling in het Visser 't Hooft Lyceum. Voorafgaand liet zij weten telkens weer onder de indruk te zijn van hetgeen Timo Waarsenburg op de planken zet. "We zien de voorstelling nu voor de vijfde maal", vertelde haar dochter Sonja. "En elke keer lijkt het verhaal beter te worden en dichter bij het karakter van mijn vader te komen." "Hij wordt elke keer weer een beetje meer Hans", bevestigt een meegekomen vriendin.

Andere planeet

"Het leven in Auschwitz, waar Hans en ik elkaar ontmoet hebben, is nergens mee te vergelijken. Het is als leven op een andere planeet", vertelt Noémi Beckman-Trpin. De innemende Leiderdorpse praatte veel met haar man over de donkere jaren van de oorlog. "We hadden maar een half woord nodig om elkaar te begrijpen."
Noëmi Trpin was een Sloveense rechtenstudente toen de oorlog uitbrak. Ze werd geboren in een deel van Italië dat later bij Joegoslavië zou horen. In haar woonplaats Ljubljana werd zij beschuldigd van communistische bezigheden. "Blijkbaar dachten ze dat ik heel belangrijk was. Tussen de bejaarde Griekse Joden werd ik begin februari 1944 zonder proces afgevoerd naar Auschwitz. In die tijd wist ik maar weinig van alle ellende die de Duitsers veroorzaakten. Ik wist alleen van Dachau, en was dus opgelucht toen ik hoorde dat de trein niet daar heen reed, maar naar Auschwitz ging. Achteraf niet voor te stellen. Als ik mijn ogen sluit, zie ik het allemaal nog zó voor me. Bij aankomst werden de gevangenen geselecteerd. Ik stond in de rij voor wat later de gaskamer bleek te zijn. We moesten allemaal zwijgen, maar toen een bewaker het met een ander had over ons als Joden, riep ik 'maar ik ben helemaal geen Jood!'. Dat bleek mijn redding te zijn, want ik werd uit de groep geplukt en naar Birkenau gebracht. Daar sliep ik op houten planken tussen de Polen en de Russen die ik niet verstond. Gelukkig werd daar een andere Sloveense studente binnengebracht. Met haar kon ik praten. Zij werd mijn vriendin, en we hebben nog steeds contact."


Rajsko

Vijf kilometer van Birkenau lag Rajsko, een ander sub-kamp van Auschwitz. In deze 'tuinderij' verbleven van juni 1944 tot januari 1945 ongeveer 300 vrouwelijke gevangenen.
"Als gevangene was het zaak om steeds een beter baantje te vinden. Dus toen er gevraagd werd wie er verstand had van chemie, stak ik mijn hand op. Voordat ik aan rechten begon, had ik kort farmacie gestudeerd, dus ik greep de kans aan. Samen met mijn vriendin mochten we in Rajsko ('het paradijs') beginnen. Wat een verschil was dat met 'de hel op aarde' Birkenau. We hadden er zelfs tafels en stoelen, en het werk, het op kweek zetten van planten waarvan men hoopte dat er rubber uit de wortels gewonnen kon worden, was beter.
Ik herinner me dat we van Birkenau naar Rajsko liepen, en een begrafenisstoet tegenkwamen. Een echte begrafenis. Ik was er diep van onder de indruk, omdat in Birkenau geen aandacht was voor personen die stierven. Die vormden slechts stapels lijken."

Op D-day, 6 juni 1944, bezocht gevangene Hans Beckman als monteur de kassencomplexen van Rajsko waar Noëmi werkte. Hij kwam een kapotte ketel repareren, maar was niet bevoegd om met vrouwelijke gevangenen te praten. Zijn oog viel op de schone Zuid-Europese, en was op slag verliefd.
"Op die dag hebben we elkaar maar tien minuten ontmoet. Ondanks onze verschillende achtergronden konden we gelukkig in het Frans met elkaar communiceren. Geloof het of niet, maar hij nam afscheid met de woorden: 'Als de oorlog voorbij is, en wij zijn vrij, dan ga ik met je trouwen."

Vertelling

In zijn bijna anderhalf uur durende voorstelling, die door het hele land wordt gespeeld, vertelt Timo Waarsenburg in één adem het indrukwekkende levensverhaal van Hans Beckman. Het persoonlijke en meeslepende verhaal wordt zo goed vertelt, dat toehoorders de omgeving vergeten, en de realiteit van het oorlogsleven in alle hevigheid aan zich voorbij zien trekken.
Het verhaal van Hans begint met zijn verlangen om naar Engeland te vluchten en tegen de Duitsers te vechten. Omdat dit via de Noordzee niet wil lukken besluit hij, samen met zijn jongere broer Rob, naar Zwitserland te reizen. Ze zijn 18 en 21 als ze op de grens van Frankrijk en Zwitserland worden opgepakt. Via diverse gevangenschappen en lange transporten komt ook hij in Auschwitz terecht.
Prachtig hoe Waarsenburg omschrijft hoe de verliefdheid licht in de grauwheid bracht. De twee geliefden ontmoetten elkaar slechts tweemaal kort. De tweede maal krijgt Hans de waarschuwing: 'Als je hier nog eenmaal binnenkomt, ga je door de schoorsteen naar buiten'. Met gevaar voor eigen leven weet Noëmi haar pasfoto en ouderlijk adres via de smokkelpost naar Hans te krijgen.
Na de capitulatie (Hans vecht samen met zijn broer Rob nog mee om Praag te bevrijden) duurt het een flink aantal weken voordat beide geliefden op hun thuisadres aankomen. "Na de bevrijding ben ik eerst naar Parijs gegaan om de vrijheid te vieren", vertelt Noëmi Beckman. "Ik had nog geen zin om terug te keren naar communistisch Joegoslavië. Pas in november kwam ik thuis. Daar wachtte een grote stapel brieven van Hans op me. Ik dacht 'als hij zoveel moeite voor mij doet, is het een goede man'. Hans was echter direct na de oorlog naar Nederlands-Indië vertrokken om daar de Japanners te bevechten. Toen hij eind 1946 voor een studieopdracht terug in Nederland was, kon het huwelijk worden aangevraagd. In Joegoslavië werkten ze helaas niet erg mee, en werd er argwanend naar mij gekeken. Dus trouwde ik op 14 februari 1947 'met de handschoen'. Hans trouwde met zijn moeder naast zich, met mij op het stadhuis van Delft. Nog negen maanden moesten we wachten voor ik naar West-Europa mocht afreizen, met de Oriënt Express dit keer. In november 1947 ontmoetten we elkaar voor de derde maal in ons leven: op Gare de Nord in Parijs, als man en vrouw."

Hans en Noëmi Beckman waren maar liefst 64 jaar getrouwd, woonden in Indië, maar ook in Oegstgeest aan de Juffermansstraat en de Regentesselaan, en bezochten in hun leven vijfmaal de donkere plek in Polen waar hun liefde begon.

Plaquette Visser 't Hooft

Na afloop van de vertelling liepen alle aanwezigen langs de plaquette in de oude hal van het Visser 't Hooft, waarop de namen van gesneuvelde leerlingen en leraren vermeld staan. De zus van Hans Beckman, Tineke, is daar één van. Het lyceum wil zich ervoor beijveren om in de komende jaren ook de andere vermelde namen tot leven te laten komen.

Verteller

Historicus Timo Waarsenburg wil het levensverhaal van de twee geliefden in de toekomst ooit ook op papier zetten. "Ik ben dat al heel lang van plan, maar twee jaar geleden drong het tot mij door dat wilde ik de huidige generatie bereiken met dit verhaal, ik dat niet via een boek zou moeten doen. Sindsdien sta ik overal en nergens met mijn vertelling."

(Willemien Timmers)

Reageer als eerste

<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225559&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=oegstgeestercourant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=234" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Meer berichten
 
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225563&size=160x600&promo_sizes=120x600&cb=[CACHEBUSTER]&promo_alignment=center&referrer=oegstgeestercourant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=234" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225561&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=oegstgeestercourant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=234" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225567&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=oegstgeestercourant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=234" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>