Logo oegstgeestercourant.nl
<p>Het Skazka Kwartet. | &nbsp;</p>

Het Skazka Kwartet. |  

(Foto: Milagro Elstak)

Bloedstollende strijkkwartetten in De Paulus

  Cultuur

De Zondagmatinee in De Paulus van 26 september is aan het Skazka Kwartet: Anna Steenhuis, Lena ter Schegget (beiden viool), Lisa Eggen (altviool) en Emma Besselaar (cello). Skazka is het Russische woord voor verhaal of sprookje.

Door Lucien Knoedler

Straatarm en huis noch haard, woont Schubert (1797–1828) telkens bij kennissen of familieleden in. Zijn bezittingen zijn een gitaar en stapels voltooide en onvoltooide composities, tafel, stoel en bed volstaan. Tot een huwelijk met zijn jeugdliefde kwam het niet, het zou hem weerhouden dag in dag uit te componeren. Even later, in 1817 – hij is negentien –, schrijft hij het lied Der Tod und das Mädchen. De gedichten die hij kiest zijn doorgaans melancholiek, ze reflecteren zijn gemoedstoestand. Elk lied is bij hem een miniatuuropera. In 1823 wordt hij heel ziek, in mei ligt hij in het ziekenhuis. Zelfs daar componeert hij, onder meer de verrukkelijke orkestouverture Rosamunde. Dit ziekenhuis in Wenen gold destijds als Europa’s grootste en modernste, dankzij Leidenaar Gerard van Swieten. Van 1745 tot zijn dood in 1772 lijfarts van keizerin Maria Theresia, bezat hij het gezag er de baanbrekende medische wetenschap van zijn leermeester Boerhaave te grondvesten. Geconfronteerd met de diagnose Syfilis, beseft Schubert dat hij de dood in de ogen tuurt. Het jaar erna vloeit het Veertiende en laatste strijkkwartet D810 uit zijn pen. In het tweede deel keert hij terug naar het lied van zeven jaar eerder, daarom wordt dit werk ook Der Tod und das Mädchen genoemd. Het is een bloedstollend hoogtepunt in de grote Europese toonkunst: virtuoos, intens en dieptastend is de vertolking een veeleisende opgave. Dit geldt even goed voor het Tweede strijkkwartet uit 1988 van Tristan Keuris (Amersfoort, 1946–Hilversum, 1996), de belangrijkste componist van zijn generatie. Componist en musicoloog Leo Samama: “De kamermuziekwerken van Keuris verdienen zonder enige twijfel een plek in het vaste repertoire voor de internationale podia. ” En over dit strijkkwartet: “

Het

is tegelijk ernstig en speels, laconiek en dramatisch, introvert en extravert.” Uit de cellosolo spruit “een meesterlijke structuur” voort die ongemeen uitdagend is “voor de vier individuele musici die als één moeten kunnen spelen”. 

Meer berichten