Logo oegstgeestercourant.nl
Lodewijk (nummer 7) en Joey (nummer 6) met twee teamgenoten.
Lodewijk (nummer 7) en Joey (nummer 6) met twee teamgenoten.

Studeren in Amerika: Lodewijk en Joey hebben hun draai gevonden

Lodewijk Bloemzaad (21) en Joey Driessen (20), beiden opgegroeid in Oegstgeest, zijn inmiddels helemaal gewend aan hun leven in Oregon in de Verenigde Staten. Anderhalf jaar geleden, in de zomer van 2016, vertelden beide jongens in de Oegstgeester Courant over hun keuze om met een voetbalbeurs in de USA te gaan studeren. Lodewijk was toen al een jaar weggeweest, en Joey ging met hem mee. Tijd voor een update en een terugblik.

Lodewijk, derdejaars Business-student (met een focus op marketing) voetbalde veertien jaar bij UDO en een jaar bij RCL, voor hij naar Klamath Falls, Oregon vertrok om te voetballen en studeren bij het Oregon Institute of Technology (Oregon Tech). 

Het voetbal in een Amerikaans Universiteitsteam bevalt hem goed. "De kwaliteit verschilt erg per school en regio, maar de Westkust in het algemeen is van een hoog niveau. In de voorbereiding van het afgelopen seizoen speelde we bijvoorbeeld tegen twee van de beste teams in het land uit San Francisco (Menlo College) en Los Angeles (Bethesda College). Ook speelden we 'uit' in San Francisco, en thuis tegen het team uit Los Angeles en tegen Chico State University dat er bekend om staat om spelers naar de profs op te leiden."
"Na de voorbereiding spelen we de Cascade Collegiate Conference (CCC) met nog eens drie landelijke top 20 teams als tegenstanders. Hierin nemen onder andere Corban University, Rocky Mountain College, en onze rivaal Southern Oregon University deel. Onze competitie bestaat uit teams uit Oregon, Washington, Idaho, en Montana, wat vaak leidt tot verre uitwedstrijden (de verste is ruim 1600 kilometer reizen, de dichts bij zijnde 120 kilometer)."
"Wat alle teams gemeen hebben is vaak een erg georganiseerde verdediging met fysiek sterke en atletische spelers. Als linksbuiten sta ik dan ook vaak tegenover een rechtsback met een American Football achtergrond. Dit vergt een compleet andere aanpak dan in Nederland waar backs vaak meer op hun positionering en voetballend vermogend vertrouwen. Backs in het Amerikaanse College-voetbal zijn veel fysieker in gesteld en zitten er dichter en harder op wanneer je de bal aangespeeld krijgt. Als 1.80 m lange en 71 kilo zware jongen moet je dan uitkijken dat je niet zij aan zij komt te staan met de blokken spier en explosiviteit die de backs hier zijn. Gelukkig kan ik er vaak op snelheid nog wel voorbij met goed getimede dribbels. En zolang ik mijn lichaam tussen de bal en de verdediger houd, kunnen ze er niet bij, hoe sterk ze ook zijn. Hierdoor worden er wel erg vaak overtredingen op mij gemaakt wat frustrerend kan zijn."

Lodewijk is inmiddels de Nederlandse scheidsrechters meer gaan waarderen. "Amerikaanse scheidsrechters lijken soms te vergeten dat het gaat om 'normaal' voetbal en niet om American Football. Zo heb ik meerdere malen meegemaakt dat ik in een aanval onderuit werd getrapt, al dan niet met gestrekt been, en de scheidsrechters de overtreding te licht bevonden. Als je dan later de wedstrijd op film terugkijkt, weet je echt niet wat je ziet. Hetzelfde geldt voor grensrechters, die kunnen je zomaar afvlaggen voor buitenspel terwijl je een goede vijf meter voor de verdediger bent. Iets wat soms onbegrijpelijk is als je beseft dat de scheidsrechters in onze competitie honderden dollars per wedstrijd verdienen."

"Zaken die wel leuk zijn aan het Amerikaanse College-voetbal is hoe serieus en professioneel het allemaal is opgezet. We hebben een prachtige spelersbus met leren stoelen en wifi, hebben een kast vol Nike sport-, trainings- en wedstrijdkleding en hebben fulltime fysio's die dag en nacht voor ons klaar staan. 
Verder is de competitie opgezet met play-offs. Als je bij de eerste acht behoort aan het eind van de competitie, mag je om de titel gaan strijden in drie knock-out wedstrijden. Voorafgaand aan de wedstrijden wordt elk gekwalificeerd team uitgenodigd voor een prachtige gala-avond waar ook de beste spelers van de competitie geëerd worden. Joey en ik zijn nu al twee keer zo gelukkig geweest om een 'honorable mention'- award in ontvangst te mogen nemen. Het is niet de hoogste onderscheiding, maar toch leuk om erkend te worden, zeker als je bedenkt dat het merendeel van deze onderscheidingen naar de top 3 teams gaan. Dat zijn wij helaas niet: Afgelopen jaar waren we nummer vijf, en 8 het jaar daarvoor nummer acht."

"Het mooiste moment van mijn seizoen was toen we in de laatste wedstrijd moesten winnen voor een goede positie in de competitie. We kwamen op 1-0 achterstand thuis tegen een vermoeid maar erg getalenteerd team vol Europeanen en Brazilianen. Ik scoorde toen drie doelpunten op een rij en kon dus mijn eerste hattrick hier in Amerika noteren. Verder stond ik ook aan de basis van de vierde goal. Zo hielp ik mijn team naar een erg belangrijke 4-1 overwinning in de laatste thuiswedstrijd van het seizoen, en naar de hoogste klassering in de competitie ooit voor onze school (nummer vijf). 


Joey is inmiddels tweedejaars student Applied Psychology met een minor in Communication Studies. Hij voetbalde vijf jaar bij UDO en zeven jaar bij UVS voordat ook hij naar Oregon Institute of Technology vertrok. "Ik vind het voetbal persoonlijk leuker hier dan dat ik het in Nederland vond. Ik heb altijd met UVS op een hoog niveau gevoetbald en heb steeds met vrienden in een team samen gespeeld. In Amerika kennen ze geen clubsporten en clubteams zoals voetbal en basketball, maar gaat alles via de universiteit. In de zomer spelen meeste mensen voor een club-team, maar tijdens school speel je voor je eigen universiteit. Ik vind dit leuker aangezien je met al je teamgenoten naar dezelfde school gaat en elkaar elke dag ziet. Dat is in Nederland heel anders. Je bent hier als team een familie en je brengt heel veel tijd met elkaar door. Dit betekent dat je hechter bent als een team."

"In ons team spelen 34 studenten, en dat is voor Nederlandse begrippen erg veel. Daar speel je met 16 tot 18 jongens in een team. Zo'n groot aantal leidt tot meer concurrentie in je team waardoor jongens extra hard moeten werken om te spelen en vele malen gemotiveerder zijn. 
In Amerika gaat het er veel professioneler aan toe, aangezien er een groot budget voor elk sportteam wordt uitgegeven door de Universiteit. Mijn hele kast hangt bijvoorbeeld vol met Oregon Tech Nike spullen, maar ook de faciliteiten zijn professioneel. Wij hebben onder andere sinds een jaar een nieuw kunstgrasveld, wat overigens het beste veld van de competitie is, en hebben een gloednieuwe bus. Ook hebben we alle medische staf die wij nodig hebben. Met uitwedstrijden bijvoorbeeld slapen wij in de mooiste hotels en worden we van alles voorzien. Ook hebben we vijf verschillende wedstrijdtenues, deze zijn allemaal gesponsord door Nike, en zijn gloednieuw."

"Ik moest, net als Lodewijk, wel wennen aan het fysieke verschil met Nederland. In de jaren dat ik bij UVS op landelijke niveau heb gevoetbald, heb ik er nooit last van gehad dat ik fysiek iets te kort kwam. Dit kon je altijd oplossen met technisch en tactisch voetbal. Hier is dat niet zo makkelijk. Amerikaanse atleten zijn over het algemeen heel fysiek en de meesten zijn enorm snel en wendbaar. Dit komt omdat al deze atleten in High School (op de middelbare school) veel met 'track & field' (rennen, springen, werpen) hebben gedaan. Sport gaat hier overigens per schooltermijn, wat betekent dat sporten in periodes van ruim vier maanden worden gestopt. Zo is er buiten de sport periodes meer tijd voor school over en ruimte voor andere sporten. In deze vier maanden train je meer dan drie keer per dag, speel je twee wedstrijden per week en heb je daarnaast fysieke en conditionele testen die je moet behalen. Dit allemaal in combinatie met school, werk en reizen. Wij moesten dit seizoen bijvoorbeeld 900 mile, ongeveer 1450 kilometer, reizen voor twee wedstrijden. Je vertrekt dan op een maandag en bent dan zondag weer thuis en zit de hele dag in de bus. 

Het leven buiten voetbal

"Over het leven buiten voetbal kan ik echt een boek vol schrijven", vertelt Lodewijk. Soms vergelijk ik de culturele verschillen tussen Amerika en Nederland met die van Nederland en een willekeurig Afrikaans land. Buiten het feit dat we beiden westerse landen zijn, is er bijna niets hetzelfde. Ik heb het idee dat wij in Nederland een stuk rationeler zijn en altijd moeten vragen 'waarom?'. Dat kan soms misschien irritatie wekken, maar het zorgt er wel voor dat dingen een stuk meer doordacht zijn. Zo zal een Amerikaan vaker beslissingen maken op grond van wat ik vind meer irrationale redenen zoals trots of korte-termijn gewin. Dit is niet per se een sneer naar de Amerikanen hoor, maar het feit dat zelfs in wereldsteden zoals Los Angeles en San Francisco er geen normaal wegdek zonder gaten te vinden is bewijst de typische Amerikaanse afkeer voor belasting en publieke uitgaven. Ook is het niet bijzonder om in een armere middenklasse-wijk huizen te vinden waarvan de verf en dakpannen achterstallig onderhoud hebben, maar er wel twee gloednieuwe sportwagens voor de deur staan."

"Genoeg over ver mijn persoonlijke waarnemingen van de Amerikaanse cultuur. Met mij persoonlijk gaat het harstikke goed. Ik leef samen met mijn vriendin in een prachtig huis in een buitenwijk dat in Nederland het vijfvoudige aan huur zou kosten. Ook heb ik plezier in mijn lessen aan de universiteit. Het is een van de betere universiteiten aan de westkust en staat bekend om de kleine studenten:leraren ratio. Ik krijg veel persoonlijke aandacht van mijn professoren en wordt in de lessen in contact gebracht met de leukste projecten en samenwerkingen met lokale en grotere Amerikaanse bedrijven. Daarbuiten werk ik bij het Diversity Center van de Universiteit. Dit is een volledig gefinanceerd programma om diversiteit en inclusiviteit van minderheden aan de universiteit te promoten. Hier ben ik vorig jaar gepromoveerd tot directeur van dit programma en heb al drie medewerkers kunnen aannemen. Dit gebeurt allemaal naast mijn normale lessen die gelukkig ook erg goed gaan. Pas heb ik een oorkonde ontvangen voor een van de beste studenten van al de teams in de voetbalcompetitie." 


"Het leven buiten het voetbal bevalt mij hartstikke goed", zegt ook Joey. "Ik zelf woon in een villa met vier jongens uit mijn voetbalteam en dat is super gaaf. Wij hebben bijna allemaal hetzelfde rooster, dus we doen heel veel dingen samen. Dit varieert van FIFA spelen tot boodschappen doen en koken.
Ik zelf heb nooit op de schoolcampus gewoond omdat dit redelijk prijzig is, maar off-campus wonen lijkt mij ook veel leuker. 
We wonen in Klamath Falls, en dit staat bekend om de country cultuur. Er wonen hier redelijk veel 'rednecks' en eigenlijk alles wat je hier ziet heeft wat weg van de country-cultuur. Denk aan trucks, de kledingstijl en de countrymuziek die je overal op de radio hoort. Ik zelf heb helemaal niets met de country-cultuur, maar gelukkig geldt dat ook voor de meeste of mijn vrienden."

"Ik ben nu een tweedejaars student en heb het heel erg naar mijn zin. Je hebt hier academische onderscheidingen voor atleten die goed presteren in hun lessen. Samen met Lodewijk zijn wij een van de weinige atleten die dit hebben behaald op het Oregon Institute of Technology en daar zijn wij trots op. Oregon Tech staat bekend als een van de beste scholen van de westkust en ook ik werk met weinig studenten per les. Hierdoor is er meer ruimte voor persoonlijke aandacht en heb je vaker één op één contact met je professoren. Dit hielp mij enorm in mijn eerste weken, aangezien veel dingen heel anders zijn in Nederland. Hier is je cijfer bijvoorbeeld niet gebaseerd op een eindtoets, maar heb je elke week toetsen, presentaties, projecten en research papers.
Inmiddels heb ik ook een baantje: ik werk in de Cashier's Office (financiële administratie) sinds de zomer. 

Reageer als eerste
Meer berichten